Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
8.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 12 april 2022;
- de akte aanzegging schorsing ex artikel 225 Rv Pro van mr. Goumans;
- de antwoordakte van mr. Griffioen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch stond een verzoek tot schorsing van de procedure centraal, ingediend na het plotselinge overlijden van de geïntimeerde. De appellant voerde gemotiveerd verweer tegen dit verzoek. Het hof stelde vast dat op grond van artikel 225 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de procedure geschorst kan worden na het overlijden van een partij, mits de schorsingsaanzegging aan strikte vereisten voldoet.
Deze vereisten omvatten onder meer de vermelding van de personalia van de belanghebbenden die de procedure voortzetten, de schorsingsgrond, het rechtsfeit dat hen tot belanghebbenden maakt (zoals het erfgenaamschap) en de expliciete aanzegging van de schorsing. Het hof constateerde dat deze gegevens ontbraken in de akte van aanzegging, waardoor de schorsing niet rechtsgeldig was en de procedure niet geschorst kon worden.
Daarom wees het hof het verzoek tot schorsing af. De beslissing over de proceskosten werd aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak. Tevens verwees het hof de hoofdzaak naar de rol voor het indienen van een akte over de wijze van bewijslevering door de geïntimeerde, met aanvullende instructies over getuigenverhoor en planning.
Het arrest werd uitgesproken door drie raadsheren en is een belangrijke illustratie van de strikte toepassing van artikel 225 Rv Pro bij overlijden van een partij in civiele procedures.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de procedure wegens overlijden van de geïntimeerde wordt afgewezen wegens niet-naleving van artikel 225 Rv.