Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8672500 CV EXPL 20-3622)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het exploot van anticipatie van [geintimeerde] van 4 maart 2022, tevens houdende ontvankelijkheidsincident, incidentele vordering voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv Pro en memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;
- het H4-formulier van appellant waarin hij verzoekt om intrekking van het hoger beroep in principaal appel;
- antwoordmemorie in het ontvankelijkheidsincident en incident voorlopige voorzieningen;
- memorie van antwoord in incidenteel appel.
3.De beoordeling
- de nalatenschap van moeder zuiver heeft aanvaard;
- gezien diens zuivere aanvaarding gehouden is om de schulden van de nalatenschap te voldoen;
- geen schade heeft te lijden door het optreden van [geintimeerde] als vereffenaar;
- gehouden is medewerking te verlenen aan de inspanningen van [geintimeerde] om inzage te krijgen in facturen en urenlijsten van [notaris en advocaatkantoor] , alsook [advocaten voor ondernemers] N.V. die vanuit de nalatenschap zijn voldaan na het overlijden van moeder en ter zake geen beroep op een geheimhoudingsplicht tegenover de nalatenschap en de vereffenaar toekomt.
- [appellant] te gelasten om bij [notaris en advocaatkantoor] de facturen en urenlijsten van december 2016 die zien op debiteurnummer 124423 en de factuur met urenspecificaties die vanaf de bankrekening van de nalatenschap op 9 januari 2017 werd voldaan op te vragen en alle verder tot verkrijging van deze stukken vereiste medewerking te verlenen op straffe van een dwangsom;
- te bepalen dat na het vollopen van de hiervoor genoemde dwangsommen de uitspraak van de kantonrechter in de plaats zal treden van het verzoek van [appellant] aan voornoemd notaris- en advocaatkantoor tot het verstrekken van de genoemde facturen met urenspecificaties.