In deze civiele procedure staat een hoger beroep centraal tegen een vonnis van de kantonrechter in een vrijwaringszaak tussen appellant en de vereffenaar van de nalatenschap van appellant's moeder. De vereffenaar vordert onder meer een voorschot op kosten en inzage in facturen en urenspecificaties van advocaten die vanuit de nalatenschap zijn betaald.
Het hof oordeelt dat het gevorderde voorschot niet samenhangt met de hoofdvorderingen en daarom niet kan worden toegewezen. Tevens wordt de vordering tot inzage in facturen en urenspecificaties beoordeeld als een incidentele vordering op grond van artikel 843a Rv, waarvoor een rechtmatig belang vereist is. Dit belang ontbreekt omdat vaststaat dat betalingen aan advocaten betrekking hadden op privéwerkzaamheden van appellant en dat appellant deze bedragen ten onrechte van de nalatenschapsrekening heeft voldaan.
De machtiging tot het zelf verkrijgen van de gevraagde stukken wordt eveneens afgewezen. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak, die eveneens wordt aangehouden. Het arrest is gewezen door het hof te 's-Hertogenbosch en op 7 juni 2022 in het openbaar uitgesproken.