ECLI:NL:GHSHE:2022:3221
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering aanwijzing noodweg voor onderhoud perceel en tuinafvalafvoer
In deze civiele zaak vordert appellant de aanwijzing van een noodweg over het perceel van geïntimeerden om zijn perceel te kunnen bereiken voor onderhoud en afvoer van tuinafval. Geïntimeerden verzetten zich tegen deze vordering en stellen dat appellant geen recht heeft op een erfdienstbaarheid of noodweg.
De rechtbank wees de vordering van appellant in reconventie af, stellende dat uit de koopovereenkomst geen recht op uitweg volgt en dat het perceel voldoende toegang heeft tot de openbare weg. Appellant ging in hoger beroep tegen de afwijzing van de noodwegvordering op grond van artikel 5:57 BW Pro.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 5:57 BW Pro een noodweg kan worden toegewezen indien een perceel geen behoorlijke toegang heeft en daardoor niet behoorlijk kan worden geëxploiteerd. Uit de feiten blijkt dat appellant via een gemeentelijke ontheffing tweemaal per jaar met groot materieel zijn tuin kan onderhouden en tuinafval kan afvoeren via een andere toegangsweg. Het hof oordeelde dat dit voldoende is voor een behoorlijke exploitatie en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een noodweg noodzakelijk is.
De belangenafweging leidde tot de conclusie dat de belangen van geïntimeerden bij het voorkomen van overlast en schade zwaarder wegen dan het belang van appellant bij een noodweg. De grieven van appellant faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot aanwijzing van een noodweg wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.