Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het ingevolge artikel 1.1.1.5 van het procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken van de gerechtshoven ingekorte beroepschrift, met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, aanvankelijk ingekomen ter griffie op 24 juni 2022 en ingekort ingekomen op 11 juli 2022;
- het verweerschrift inclusief incidenteel hoger beroep met producties, ingekomen ter griffie op 8 september 2022;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 19 september 2022;
3.De beoordeling
- een verklaring voor recht met betrekking tot de arbeidsomvang, het bruto uurloon en de hoogte van het bruto maandsalaris;
- opheffing van de loonstop;
- betaling van achterstallig loon plus wettelijke verhoging en rente;
- een verklaring voor recht dat [de werknemer] recht heeft op betaling van vakantiegeld over de afgelopen 5 jaar tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst te vermeerderen met wettelijke verhoging en rente en de betaling daarvan;
- een verklaring voor recht dat [de werknemer] recht heeft op 20 vakantiedagen per jaar over de afgelopen 5 jaar tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en rente en de betaling daarvan;
- veroordeling van [de werkgever] in de proceskosten.
- voor recht verklaard dat de arbeidsomvang van [de werknemer] 149,33 uur per maand is;
- voor recht verklaard dat het bruto uurloon van [de werknemer] € 86,25 is;
- voor recht verklaard dat [de werkgever] aan [de werknemer] een salaris van € 12.879,71 bruto per maand is verschuldigd vanaf 1 januari 2021 tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst;
- de loonstop opgeheven met terugwerkende kracht per 5 november 2021;
- [de werkgever] veroordeeld tot betaling aan [de werknemer] van het achterstallig loon van
- [de werkgever] veroordeeld tot betaling aan [de werknemer] van het loon van € 12.879,71 bruto per maand vanaf 1 februari 2022 tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst;
- NNT veroordeeld tot betaling van de wettelijke verhoging van maximaal 10% over het achterstallig salaris tot 1 februari 2022;
- [de werkgever] veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over het achterstallige salaris;
- de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.
- [de werkgever] te veroordelen om ex artikel 7:683 lid 3 BW Pro de arbeidsovereenkomst met [de werknemer] te herstellen op basis van dezelfde arbeidsvoorwaarden als waar hij vóór de ontbinding recht op had;
- aan [de werknemer] een bedrag toe te kennen gelijk aan het loon dat [de werkgever] verschuldigd is vanaf 1 augustus 2022 tot en met de datum waarop de arbeidsovereenkomst zal zijn hersteld, te vermeerderen met emolumenten, de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;
- [de werkgever] te veroordelen ex artikel 7:683 lid 3 BW Pro tot betaling van een billijke vergoeding van € 919.000,- bruto aan [de werknemer] , te vermeerderen met de wettelijke rente;
- te verklaren voor recht dat aan [de werknemer] een transitievergoeding van € 91.574,83 bruto toekomt;
- [de werkgever] te veroordelen om een nabetaling van het resterende deel van de transitievergoeding aan [de werknemer] ad € 11.402,61;
- te verklaren voor recht dat [de werknemer] recht heeft op betaling van 8% vakantiegeld over zijn brutosalaris over de afgelopen vijf jaar tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro en de maximale wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over de vakantiebijslag en over de verhoging en [de werkgever] te veroordelen tot betaling daarvan aan [de werknemer] ;
- te verklaren voor recht dat [de werknemer] recht heeft op het wettelijk minimumaantal vakantiedagen, zoals bedoeld in artikel 7:634 BW Pro over de afgelopen 17 jaar, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro en de maximale wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over de vakantiedagen en de wettelijke verhoging en [de werkgever] te veroordelen tot betaling daarvan aan [de werknemer] ;
- [de werkgever] te veroordelen in de proceskosten in beide instanties, met nakosten en te vermeerderen met wettelijke rente.
3.1 De werknemer ontvangt een netto loon dat overeenkomt met de bruto lasten voor de Vennootschap (werkgeverslasten), welke in de betreffende bijlage(n) zijn vermeld onder “tarief”. De berekening van de totale werkgeverslasten is gedefinieerd in artikel 3.2 van deze overeenkomst. Het netto loon komt tot stand door de werkgeverslasten te verminderen met alle, vanwege de bedrijfsvereniging en de Belastingdienst voorgeschreven inhoudingen.
Let wel: jij bent zelfstandig, dus je kan altijd nee zeggen tegen een project (…)”.
Hierbij moet ik je dan ook mededelen, dat wij de deelovereenkomst D.21.01.01 voor de inzet van [de werknemer] niet zullen verlengen en zal eindigen op 30 april a.s. Wij hebben [de werknemer] reeds op de hoogte gesteld van onze beslissing.”
€ 6.435,00 bruto.
- [de werknemer] heeft nooit een totaal-tegenvoorstel gedaan, hij pakte uit de package deal van [de werkgever] slechts enkele onderdelen die hem goed uitkwamen;
- [de werkgever] heeft geduld opgebracht om in de periode mei tot en met medio oktober 2021 tot een overeenkomst te komen;
- De e-mail waarin [de werknemer] heeft laten weten open te staan voor mediation als er meer duidelijkheid is over de arbeidsvoorwaarden, impliceert geen daadwerkelijke bereidheid. [de werknemer] heeft niet de moeite willen nemen om een oriënterend gesprek aan te gaan.
geenrecht heeft op vakantietoeslag. Dat zit dus niet in het uurtarief. Vakantiegeld en vakantiedagen heeft [de werknemer] nooit ontvangen en dat is in strijd met het arbeidsrecht. [de werknemer] betwist dat [de werkgever] een marge heeft gehad van “slechts”
€ 9,25 tot € 12,50 per uur en [de werkgever] heeft daarvan niets aangetoond.
Ook al vind jij dat je wel goed functioneert en dat je geen training nodig hebt, dan wil dat nog niet zeggen dat dat ook zo is. We hebben meermaals en met verschillende voorbeelden aangetoond wat er zoals aan schort en waarom we het belangrijk vinden dat je sowieso eerst de nodige trainingen gaat volgen”. Dat daardoor het volgen van de cursussen voor [de werknemer] zou voelen als erkenning van het door [de werkgever] gestelde niet goed functioneren acht het hof voorstelbaar. Het was zuiverder geweest als [de werkgever] een verbetertraject had voorgesteld en afgestemd met [de werknemer] , waarbij [de werknemer] zijn eisen en wensen (met betrekking tot de door hem gewenste begeleiding en learning on the job) had kunnen inbrengen.
€ 73.654,80 bruto op basis van het maandloon van € 11.578,92. In dit bedrag is geen vergoeding voor vakantiedagen begrepen, zodat het hof - anders dan de kantonrechter - daarvan geen € 4,71 bruto per uur afhaalt vanwege in dat tarief begrepen betaalde vakantiedagen.
€ 138.947,04 min € 43.057,48 is € 95.889,56 bruto.
4.De beslissing
- 5.2 (de ontbinding van de arbeidsovereenkomst);
- 5.3 (betaling transitievergoeding);
- 5.4 (betaling billijke vergoeding);