ECLI:NL:GHSHE:2022:870
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding hoger beroep wegens strijd met Unierecht inzake betekening
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 2 maart 2022 geoordeeld over de geldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep tegen de verdachte. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting, en zijn raadsvrouw was niet gemachtigd om de verdediging te voeren. Het hof constateerde dat de procedure abusievelijk als op tegenspraak vermeld stond, terwijl dat niet het geval was.
Het hof onderzocht de betekening van de dagvaarding, waarbij het bleek dat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had, maar een adres in Polen. De dagvaarding was met vertaling rechtstreeks naar dat buitenlandse adres verzonden, conform artikel 36e, derde lid Wetboek van Strafvordering. Echter, het hof oordeelde dat deze betekening niet objectief kon vaststellen of de verdachte daadwerkelijk op de hoogte was gesteld van het tijdstip en de plaats van de terechtzitting.
Het hof baseerde zich op het Unierecht, met name Richtlijn 2012/13/EU en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die strenge eisen stelt aan de informatieverstrekking aan verdachten. De nationale regeling bleek niet in overeenstemming met deze Europese normen. Daarom verklaarde het hof de dagvaarding in hoger beroep nietig, waardoor de procedure niet rechtsgeldig was verlopen.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens strijd met het Unierecht.