ECLI:NL:HR:2022:1251

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2022
Publicatiedatum
16 september 2022
Zaaknummer
21/02717
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e.3 SvArt. 5.2.c EU rechtshulpovereenkomstArt. 437 lid 2 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rolbeslissing over nadere termijn voor indienen cassatieschrift na onbestelbare aanzegging in cassatie

In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Namens de verdachte is verzocht om een nadere termijn voor het indienen van een schriftuur met cassatiemiddelen. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 9 november 2021 rechtstreeks verzonden naar de bekende verblijfplaats van de verdachte in het buitenland.

De aanzegging kwam op 26 november 2021 onbestelbaar retour. Gezien artikel 5 lid 2 onder Pro c van de EU-overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, achtte de rolraadsheer het noodzakelijk een nadere termijn te verlenen. Dit is in lijn met het vereiste dat aanzeggingen in cassatie rechtsgeldig moeten zijn, zoals bevestigd in eerdere jurisprudentie.

De rolraadsheer besloot daarom de zaak van de rol te voeren en aan de advocaat van de verdachte een termijn van 60 dagen te bieden voor het indienen van de schriftuur met cassatiemiddelen. Deze beslissing werd op 13 september 2022 uitgesproken door raadsheer C. Caminada.

Uitkomst: Verlening van een nadere termijn van 60 dagen voor het indienen van een schriftuur in cassatie na onbestelbare aanzegging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02717
Datum13 september 2022
Rolbeslissing
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 juni 2021, nummer 20-001151-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens de verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, schriftelijk verzocht om een nadere termijn voor het indienen van een schriftuur, houdende middelen van cassatie, als bedoeld in artikel 437 lid 2 Wetboek Pro van Strafvordering.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft in een rolconclusie geconcludeerd dat de rolraadsheer de verdachte een nadere termijn verleent voor het indienen van een cassatieschriftuur.

2.Beoordeling van het verzoek

De aanzegging in deze zaak is op 9 november 2021 uitgereikt door rechtstreekse toezending aan de bekende woon- of verblijfplaats van de verdachte in het buitenland. In de omstandigheid dat deze aanzegging op 26 november 2021 onbestelbaar retour is gekomen en gelet op artikel 5 lid Pro 2, onder c, Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2000, 96), ziet de rolraadsheer aanleiding een nadere termijn te verlenen voor het indienen van een schriftuur, houdende middelen van cassatie, als bedoeld in artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

3.Beslissing

De rolraadsheer voert de zaak van de rol en beslist dat de advocaat van de verdachte een nadere termijn van 60 dagen wordt geboden voor het indienen van een schriftuur, houdende middelen van cassatie, als bedoeld in artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Deze beslissing is gegeven door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 september 2022.