Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het verzoek
3.Beslissing
13 september 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Namens de verdachte is verzocht om een nadere termijn voor het indienen van een schriftuur met cassatiemiddelen. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 9 november 2021 rechtstreeks verzonden naar de bekende verblijfplaats van de verdachte in het buitenland.
De aanzegging kwam op 26 november 2021 onbestelbaar retour. Gezien artikel 5 lid 2 onder Pro c van de EU-overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, achtte de rolraadsheer het noodzakelijk een nadere termijn te verlenen. Dit is in lijn met het vereiste dat aanzeggingen in cassatie rechtsgeldig moeten zijn, zoals bevestigd in eerdere jurisprudentie.
De rolraadsheer besloot daarom de zaak van de rol te voeren en aan de advocaat van de verdachte een termijn van 60 dagen te bieden voor het indienen van de schriftuur met cassatiemiddelen. Deze beslissing werd op 13 september 2022 uitgesproken door raadsheer C. Caminada.
Uitkomst: Verlening van een nadere termijn van 60 dagen voor het indienen van een schriftuur in cassatie na onbestelbare aanzegging.