Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,
[appellant 3],
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/348679 / HA ZA 19-477)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de exploten van anticipatie van 9 juli 2021;
- de memorie van grieven, alsmede houdende akte wijziging van eis, met producties 1 tot en met 8 ;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met productie 14;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de mondelinge behandeling gehouden op 16 maart 2023, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij H12-formulier van 2 maart 2023 door [appellanten] toegezonden producties 9 tot en met 18, die [appellanten] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
4.De uitspraak
nietonder het overgangsrecht viel en (ii) dat gedoogbeschikkingen voor de opslag niet aan de orde waren. Door die toch af te geven kon daarvan een al dan niet onbedoelde dreiging uitgaan dat op enig moment gehandhaafd zou worden, hetgeen ook is gebeurd. De gemeente heeft pas na het verstrijken van de termijn waarbinnen het perceel moest zijn ontruimd de begunstigingstermijn verlengd, zodat ten onrechte is aangevoerd dat ontruiming niet nodig was. Hieruit volgt dat het arrest van 26 januari 2016 aldus moet worden uitgelegd dat de door de gemeente ingezette handhaving en de daarop gevolgde gedwongen ontruiming van het perceel aan De Pan in strijd met de vaststellingsovereenkomst waren en daarmee door het hof als tekortkomingen zijn aangemerkt. Het hof betrekt bij dat oordeel dat het hof in het arrest van 26 januari 2016 de vijfde en de zevende grief van [appellanten] , waarmee is aangevoerd dat de gemeente ten onrechte is gaan handhaven op de grond dat geen sprake was van overgangsrecht en dat [appellanten] ten onrechte is gedwongen het perceel te ontruimen, geslaagd heeft geoordeeld. Ook op dit onderdeel slaagt grief 1 in incidenteel hoger beroep van de gemeente derhalve niet.
nietis neergelegd dat het gebruik van het perceel ten behoeve van opslagdoeleinden positief zou worden bestemd. Nog sterker: daarin is juist neergelegd dat opslag op deze locatie niet wenselijk wordt geacht door de gemeente vanwege de ligging van het perceel De Pan in de ecologische hoofdstructuur. Om die reden zijn partijen een inspanningsverplichting overeengekomen tot het zoeken van een alternatief terrein voor opslag. Dat partijen over en weer mochten verwachten dat de vaststellingsovereenkomst anders wordt uitgelegd, is gesteld noch gebleken.