Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 7 juni 2023;
- het verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 11 juli 2023;
- een brief van [de werkgever] met producties 16 en 17, ingekomen ter griffie op 20 juli 2023;
3.De beoordeling
De feiten
- doorbetaling van het salaris met emolumenten en doorbetaling van de huurbijdrage totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd;
- betaling van het salaris over de jaren 2020 en 2021, met emolumenten en met de wettelijke verhoging;
- betaling van het geïndexeerde salaris over de maanden januari en februari 2023 en de huurbijdrage, te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging;
- betaling van de buitengerechtelijke incassokosten;
- betaling van de transitievergoeding en uitbetaling van nog openstaande vakantiedagen, ingeval de kantonrechter zal oordelen dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd,
- afgifte van correcte bruto/netto specificaties,
- betaling van de proceskosten.
mogelijkover 2022 geen premie aan het pensioenfonds heeft afgedragen, is een onvoldoende stelling om aan te nemen dat dit het geval is geweest en om tot een veroordeling van [de werkgever] te komen. Zulks geldt temeer nu het de taak was van [verweerder] om voor premieafdracht zorg te dragen.
4.De beslissing
- [de werkgever] heeft veroordeeld onder 5.1 tot en met 5.3 van de beschikking van 6 april 2023
- [de werkgever] heeft veroordeeld onder 5.5 tot uitbetaling van het bedrag dat voortvloeit uit de eindafrekening voor zover betrekking hebbend op 2021;
- [de werkgever] heeft veroordeeld tot een hoger bedrag aan transitievergoeding dan