Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10230618 / VV EXPL 22-48)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en twee producties;
- de memorie van antwoord van 11 april 2023;
- de akte van [appellant] van 6 juni 2023 met één productie;
- de als memorie van antwoord aangeduide antwoordakte van [geïntimeerde] van 18 juli 2023.
3.De beoordeling
- huurachterstand € 15.847,80;
- boetebedragen ex art. 18.2 AV € 4.500,00;
- beslagkosten € 14.578,29;
- wettelijke handelsrente tot dagvaarding € 552,73;
- buitengerechtelijke incassokosten € 1.189,53.
- tot betaling van € 15.847,80 wegens achterstallige huur, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente hierover vanaf de dag van verschuldigdheid tot 15 december 2022;
- tot betaling van € 4.500,= wegens contractuele boete, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.700,= vanaf 1 juni 2021 tot 15 december 2022;
- tot betaling van € 9.694,34 inclusief btw wegens beslagkosten;
- tot betaling van € 1.189,96 inclusief btw wegens buitengerechtelijke incassokosten;
- tot doorbetaling van de huursom van € 1.584,78 per maand, voor de duur dat de huurovereenkomst voortduurt, voor of uiterlijk op de eerste dag van elke kalendermaand te voldoen;
- tot betaling van de proceskosten ad € 1.440,=, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de 15e dag na aanschrijving;
- tot betaling van nakosten als vermeld in het dictum van het vonnis.
- verschuldigde huur € 17.036,58;
- verbeurde contractuele boete € 507,20;
- buitengerechtelijke incassokosten € 999,97;
- beslagkosten