Uitspraak
5.Het verdere verloop van de procedure
6.De beoordeling
€ 579.866,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag waarop de deelvorderingen opeisbaar zijn geworden en te berekenen tot de dag der algehele voldoening;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant en zijn voormalige echtgenote vorderden vergoeding wegens onrechtmatige hinder veroorzaakt door de zuivelverwerkingsactiviteiten van geïntimeerde, waaronder geluidsoverlast en stank.
De rechtbank wees deze vorderingen af, waarna appellant hoger beroep instelde. Het hof nam de feiten van de rechtbank over, waaronder dat appellant onvoldoende concrete en op zijn situatie toegesneden feiten had aangevoerd om onrechtmatige hinder aan te tonen.
Ondanks diverse onderzoeken naar geluid, trillingen en geur, concludeerde het hof dat de rapporten onvoldoende bewijs boden voor onrechtmatige hinder jegens appellant. Ook werd geoordeeld dat het enkele feit dat geïntimeerde in bestuursrechtelijke zin geluidsnormen zou hebben overschreden, niet zonder meer leidt tot aansprakelijkheid jegens appellant.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende onderbouwing van onrechtmatige hinder en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.