Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/361968 / HA ZA 19-504)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
3. De beoordeling
Als zodanig kan gesteld worden dat circa € 41.925,-- van de posten in de begroting zijn uitgevoerd, (excl. AK, W&R en BTW). Dus bespaard is dan € 379.370,-- minus € 41.925,-- = € 337.445,--, (excl. AK, W&R en BTW). Plus 6% AK maakt dit een besparing van € 357.692,--. (…)De AK toeslag van 6% is conform de eerder tussen partijen overeengekomen begroting. Een niet ongebruikelijk percentage voor dergelijke werkzaamheden.
- de besparingen (grieven 1 en 4 van [appellanten] en grief 3 van [geïntimeerde] );
De besparingen voor de aannemers omvatten natuurlijk in de eerste plaats de bespaarde kosten van materialen en arbeid. Maar de term is ruim genoeg om er ook de vergoeding voor niet gelopen risico onder te brengen, voor zover het gebruikelijk is in de begroting van het werk een post daarvoor op te nemen buiten de eigenlijke winst. Ook de bespaarde eigen arbeid van de aannemer, voor zover deze in het kader van het gegeven contract als een werkelijke besparing moet worden gezien, zal er onder bepaalde omstandigheden onder kunnen vallen. Gezien de veelheid van situaties lijkt het gewenst, door een elastische term als «besparingen» een zekere vrijheid voor de rechter (of arbiter) te laten, liever dan een meer gedetailleerde regeling te geven(…)’ (Kamerstukken II 1992-1993, 23 095, nr. 3, p. 38-39).
€ 325.174,10.
€ 357.692,00.
€ 21.973,82.