Belanghebbende, arbeidsongeschikt sinds 2009 en ontvanger van een invaliditeitspensioen met tax adjustments van de [bedrijf], maakte bezwaar tegen de door de inspecteur opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2010-2017. De inspecteur kwalificeerde het volledige invaliditeitspensioen inclusief tax adjustments als belastbaar inkomen uit werk en woning, zonder aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het hof heeft het geschil inhoudelijk beoordeeld, waarbij het onder meer oordeelde dat de motivering van de inspecteur en rechtbank voldoende was en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat over de aanspraak in 2009 een heffing had plaatsgevonden die vergelijkbaar is met loon- of inkomstenbelasting.
Verder verwierp het hof het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat een invaliditeitspensioen een risico-aanspraak is zonder opbouw van rechten, anders dan een ouderdomspensioen. Ook de berekening van heffings- en belastingrente werd als juist beoordeeld. De vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd door het hof bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.