Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8841169 / CV EXPL 20-5712)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de akte uitlating van [appellant] ;
- de antwoordakte van Groeivermogen.
3.De beoordeling
1. voor recht zal verklaren dat Groeivermogen onrechtmatig heeft gehandeld jegens [appellant] en/of toerekenbaar is tekort geschoten;
2. Groeivermogen zal veroordelen tot voldoening aan [appellant] van al datgene dat [appellant] aan Groeivermogen heeft betaald ingevolge de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover;
4. Groeivermogen zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
ingestelde eisde door VCG ingestelde collectieve vordering, die werd toegewezen. Van het opnieuw instellen van díe eis is geen sprake, waar het de individuele vorderingen van [appellant] in onderhavige procedure betreft. Deze vordering is immers nog niet eerder in rechte aanhangig gemaakt, maar is op grond van eerdergenoemde rechtspraak wel gestuit als gevolg van de ingestelde collectieve actie.
condemnatoireuitspraak, zodat voor degene die de bevoegdheid heeft deze uitspraak ten uitvoer te leggen op grond van artikel 3:324 BW Pro een verjaringstermijn van twintig jaar zal gaan gelden. In het verlengde hiervan is het hof van oordeel dat in het onderhavige geval, waarin sprake is van een toewijzende
declaratoireuitspraak, uit het systeem van de wet voortvloeit dat voor alle op de collectieve actie aansluitende individuele rechtsvorderingen een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen, en wel gelijk aan de oorspronkelijke verjaringstermijn, in dit geval een termijn van vijf jaar (artikel 3:310 lid 1 en Pro 3:319 lid 2 BW).
causaal verband en eigen schuld
de omvang van de schadevergoeding
€ 83,00 +
€ 338,00 +