Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
19 september a.s.van u via de mail;
19 september a.s..
uiterlijk 28 september 2018in de gelegenheid stelt om voor de bovenstaande aanslagen een schriftelijk verzoek om een betalingsregeling in te dienen. Dit verzoek dient in ieder geval een gedegen onderbouwing te bevatten en gedekt zijn met voldoende zekerheden. De ontvanger geeft, gelet op het verleden, de voorkeur aan een kortdurende regeling.
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
- Volgens de ontvanger kent [B.V.] al sinds de oprichting in 2015 betalingsproblemen. De ontvanger was dus een gewaarschuwd mens;
- De ontvanger had al in 2017 zekerheden van [B.V.] moeten verlangen vanwege oplopende betalingsachterstanden;
- Eind 2017 en 2018 ontstaan bij [B.V.] snel nieuwe belastingschulden. Met name vanaf de maand april 2018 nemen de achterstanden met forse bedragen toe. Van invorderingsmaatregelen of van uitstel van betaling onder voorwaarden is echter geen sprake. Feitelijk of materieel bezien heeft de ontvanger uitstel van betaling verleend zonder voorwaarden, waaronder het stellen van zekerheden;
- De beslaglegging op kantoorinventaris met een waarde van circa € 3.000 in september 2018 was onvoldoende tegenover de totale omvang van de openstaande belastingschulden naar een bedrag van € 2.242.070 per 31 augustus 2018;
- De ontvanger heeft een onderzoek bij [B.V.] afgebroken zonder zekerheden te bedingen, terwijl de ontvanger wel de mogelijkheid had om zekerheden te bedingen;
- De ontvanger lijkt te berusten in het achterwege laten van verdere invorderingsmaatregelen, terwijl hij aansprakelijkstelling van derden niet schuwt;
- De ontvanger heeft [B.V.] niet formeel, maar wel materieel uitstel van betaling verleend zonder het stellen van verdere voorwaarden of het verkrijgen van zekerheden;
- Op 2 november 2018 heeft [B.V.] vorderingen in pand gegeven aan de Belastingdienst. [B.V.] was daar evenwel niet toe bevoegd vanwege een cessie van de vorderingen of een deel daarvan. De ontvanger heeft dit pas veel later - in 2019 bij de uitwinning van het pandrecht - bemerkt.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar alleen voor de beslissing over de beschikking aansprakelijkstelling;
- vernietigt de beschikking aansprakelijkstelling;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af;
- bepaalt dat de ontvanger het griffierecht van € 559 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de ontvanger tot betaling van € 1.868 aan proceskosten aan belanghebbende.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).