Uitspraak
N.V. Pluimveeslachterij en -mesterij voorheen H.W.J. Calot, gevestigd te Eefde, gemeente Gorssel, verweerster in cassatie, vertegenwoordigd door Mr. D.J. Veegens, mede advocaat bij de Hoge Raad;
Hoge Raad
Eiser sloot een contract met Calot voor de levering van 140.000 witte pekingeenden tegen een vaste prijs met mogelijke kortingen voor ondeugdelijke eenden. Vanaf 24 april 1960 paste Calot kortingen toe op de leveringen wegens vermeende gebreken aan de eenden. Eiser protesteerde mondeling en schriftelijk, maar accepteerde de betalingen en leverde door, waardoor Calot meende dat hij zijn recht op volledige betaling had verwerkt.
De rechtbank wees de vordering van eiser af wegens rechtsverwerking. Het hof stelde vast dat Calot eiser regelmatig informeerde over de redenen van de kortingen en dat eiser slechts tot 27 mei 1960 protesteerde. Na die datum accepteerde hij de kortingen zonder bezwaar. Het hof kende eiser een deel van het gevorderde bedrag toe, omdat hij tijdig had geprotesteerd tegen enkele leveringen.
De Hoge Raad bevestigde dat eiser zijn recht op volledige betaling verloor door het niet tijdig protesteren tegen de kortingen, gelet op de korte termijn waarbinnen de kwaliteit van de eenden moest worden vastgesteld. Het hof had dit oordeel voldoende gemotiveerd en geen rechtsregels geschonden. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten.