Uitspraak
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te
[woonplaats].
23 december 1980.
Hoge Raad
De verdachte werd door de Kantonrechter veroordeeld voor het overtreden van een gemeentelijk verbod om zich met een motorvoertuig binnen de gemeente Schiermonnikoog te bevinden. Het verbod was opgenomen in artikel G 34 van de Algemene Politieverordening voor Schiermonnikoog. De verdachte had zich op 14 juni 1979 met een personenauto binnen de gemeentegrenzen bevonden.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het vonnis en verwijzing naar de arrondissementsrechtbank. De Hoge Raad oordeelde ambtshalve dat het gemeentelijke verbod onverbindend is omdat het strijdig is met de Wegenverkeerswet en de daarop gebaseerde voorschriften die het vrije verkeer met motorvoertuigen regelen.
De Hoge Raad benadrukte dat een gemeentelijk verbod dat zo ingrijpend is en buiten de wettelijke kaders om wordt gesteld, niet verenigbaar is met het stelsel van de Wegenverkeerswet. Het feit dat het verbod het karakter van het eiland wil beschermen doet daar niet aan af. Het vonnis werd vernietigd en het bewezenverklaarde werd niet strafbaar verklaard. De verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Het gemeentelijke verbod motorvoertuigen op Schiermonnikoog te gebruiken is onverbindend en de verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.