Uitspraak
[X]te
[Z](Canada) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Arnhemvan 27 april 1984 betreffende de hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting voor het jaar 1978.
1.865,10
204.072,60
180.000, --
230.000, --
Hoge Raad
Belanghebbende, een dierenarts die in 1978 naar Canada emigreerde, sloot in december 1977 een kredietovereenkomst met BMS Financieringsbank B.V. en een kansovereenkomst met dezelfde bank, waarbij hij aandelen kocht en rente vooruitbetaalde. Daarnaast leende hij in augustus 1978 geld bij Staal en Co en kocht obligaties met meegekochte rente. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op, waarbij onder meer de betaalde rente niet werd geaccepteerd als aftrekpost.
Het Hof stelde vast dat de krediet- en kansovereenkomst feitelijk niet dienden als lening met rente, maar waren aangegaan met als doel fiscale voordelen te behalen. De transacties werden gekwalificeerd als gekunsteld en zonder reële praktische betekenis, mede omdat zij slechts zeven dagen voor emigratie plaatsvonden. Hierdoor werden de betaalde bedragen niet als rente erkend en niet aftrekbaar geacht.
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof ten onrechte het leerstuk van wetsontduiking toepaste en onvoldoende had gemotiveerd waarom de transacties niet als lening met rente konden worden aangemerkt. De Hoge Raad oordeelde echter dat het Hof terecht had geoordeeld dat de betalingen niet de strekking van rente hadden en dat het leerstuk van fraus legis juist was toegepast. Het Hof hoefde niet aan te geven welke alternatieve rechtshandelingen aanwezig waren, omdat het ging om kunstmatige transacties met uitsluitend fiscale motieven.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de fiscale aftrek van de vooruitbetaalde en meegekochte rente niet kon worden toegestaan, omdat dit in strijd zou zijn met doel en strekking van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de betaalde bedragen onder de krediet- en kansovereenkomst niet als renteaftrek kunnen worden geaccepteerd wegens strijd met doel en strekking van de wet.