Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, eigenaar van een rijksmonumentaal woonhuis met een grote tuin, maakte aanspraak op aftrek van onderhoudskosten voor zowel het woonhuis als de tuin in de inkomstenbelasting 2012. De tuin is niet ingeschreven als monument, wel het woonhuis. De Inspecteur verhoogde het belastbaar inkomen met de volledige tuinonderhoudskosten, terwijl belanghebbende slechts 80% van de totale onderhoudskosten wilde aftrekken.
De Rechtbank Gelderland oordeelde dat de tuinonderhoudskosten niet aftrekbaar zijn omdat de tuin niet als monument is geregistreerd. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het Hof overwoog uitgebreid de wettelijke bepalingen van de Wet IB 2001 en de Monumentenwet 1988, alsmede de relevante jurisprudentie en wetshistorie.
Het Hof concludeerde dat aftrek van onderhoudskosten alleen mogelijk is voor onroerende zaken die als zelfstandige eenheid in het monumentenregister zijn ingeschreven. Omdat de tuin niet als zodanig is geregistreerd, zijn de onderhoudskosten daarvan niet aftrekbaar. Het feit dat het woonhuis en de tuin samen de eigen woning vormen, verandert hier niets aan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd dat onderhoudskosten van de niet-ingeschreven tuin niet aftrekbaar zijn.