ECLI:NL:PHR:2009:BH1083
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over omkering van de bewijslast bij niet doen van vereiste aangifte in belastingzaken
Deze zaak betreft een cassatieprocedure over de toepassing van de omkering van de bewijslast bij het niet doen van de vereiste aangifte in belastingzaken. De Hoge Raad behandelt de vraag wanneer een inhoudelijk onjuiste aangifte als het niet doen van de vereiste aangifte kan worden aangemerkt, met name in het kader van de inkomstenbelasting en andere aanslagbelastingen.
De zaak gaat in op de omvang van de verzwegen bedragen die als relatief aanzienlijk moeten worden beschouwd om de sanctie van omkering van de bewijslast te rechtvaardigen. De Hoge Raad bespreekt jurisprudentie waarin percentages tussen circa 20% en 50% van het aangegeven inkomen of belastingbedrag als maatstaf worden gehanteerd. Tevens wordt het onderscheid gemaakt tussen positieve inkomensbestanddelen en aftrekposten, waarbij het ten onrechte opvoeren van aftrekposten niet automatisch leidt tot het niet doen van de vereiste aangifte.
Daarnaast wordt de vraag van bewustheid of opzet van de belastingplichtige behandeld. De Hoge Raad concludeert dat opzet niet langer een vereiste is, maar wel dat de belastingplichtige zich bewust moet zijn geweest van het niet aangeven van relatief aanzienlijke bedragen. Bij afwezigheid van alle schuld is geen omkering van de bewijslast mogelijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal benadrukt dat de omkering van de bewijslast een administratiefrechtelijke sanctie is die gericht is op het bevorderen van juiste en volledige aangiften, en dat de sanctie pas mag worden toegepast bij ernstige tekortkomingen die voldoende gewicht hebben. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond, bevestigt de voorwaarden voor omkering van de bewijslast en benadrukt het belang van de verhouding tussen verzwegen en aangegeven bedragen en de bewustheid van de belastingplichtige.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard; de omkering van de bewijslast is alleen van toepassing bij niet doen van de vereiste aangifte van relatief aanzienlijke bedragen en bewustheid van de belastingplichtige.