ECLI:NL:HR:1996:AA2032
Hoge Raad
- Cassatie
- J. Stoffer
- J.H. Urlings
- J.H. Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- J. Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking lijfrentekarakter bij afwijkende uitkeringstermijn
In deze zaak betrof het een geschil over de fiscale kwalificatie van een lijfrente die belanghebbende had gevestigd ten gunste van een stichting. De Staatssecretaris van Financiën had voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar en beroep bij het Hof werd verminderd.
De kern van het geschil was de uitleg van het begrip 'lijfrente' in de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het Hof oordeelde dat een reeks uitkeringen waarbij één termijn afwijkt van de andere termijnen niet volledig als lijfrente kan worden beschouwd. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat alleen het deel van de uitkeringen dat ten minste in elke termijn is begrepen, kan worden aangemerkt als lijfrente.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris en oordeelde dat het middel faalt. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af en legde een recht van ƒ 75,-- op aan de Staatssecretaris voor het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.