ECLI:NL:HR:1996:ZD0408
Hoge Raad
- Beschikking
- Hermans
- Davids
- Keijzer
- Corstens
- Aaftink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over curator als belanghebbende bij beklag ex art. 552b Sv
In deze zaak stond centraal of een curator kan worden beschouwd als belanghebbende in de zin van artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, zodat hij een beklag kan indienen tegen een beschikking tot verbeurdverklaring van inbeslaggenomen voorwerpen.
De feiten betroffen een inbeslagname van een hennepkweekinstallatie bij de failliete verdachte en de daarop volgende verbeurdverklaring door de strafrechter. De curator, mr Van Tessel, diende een klaagschrift in bij het hof met het verzoek om afgifte van de verbeurd verklaarde goederen of vergoeding van de opbrengst. Het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat hij geen belanghebbende zou zijn.
De Hoge Raad overwoog dat onder belanghebbende moet worden verstaan degene die op grond van wet of overeenkomst aanspraak kan maken op de voorwerpen. Gelet op de faillissementswet heeft de curator het beheer over de failliete boedel en kan hij aanspraak maken op de verbeurd verklaarde goederen. Daarom kan de curator als belanghebbende worden aangemerkt.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling van het klaagschrift met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkheidsbeschikking van het hof en wijst de zaak terug voor verdere behandeling waarbij de curator als belanghebbende wordt erkend.