ECLI:NL:HR:1997:AA2095
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Bunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over winst uit onderneming en zelfstandigenaftrek bij maatschapsverband
Belanghebbende, gehuwd buiten gemeenschap van goederen met een fysiotherapeut, voerde samen met haar echtgenoot een maatschap waarin zij arbeid en kapitaal inbracht. De Inspecteur legde voor 1990 een aanslag inkomstenbelasting op die door het Hof Amsterdam werd bevestigd, waarbij het Hof oordeelde dat belanghebbende geen ondernemer was in de zin van artikel 6 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964 en daarom geen recht had op zelfstandigenaftrek.
De Hoge Raad stelt dat belanghebbende door haar deelname in de ondermaatschap een onderneming drijft en dat het oordeel van het Hof dat zij geen ondernemer is, onjuist is. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de zelfstandigenaftrek in principe van toepassing is, omdat belanghebbende werkzaamheden verricht in een voor eigen rekening gedreven onderneming.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing in meervoudige kamer, met inachtneming van de overwegingen in dit arrest. Tevens worden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.