ECLI:NL:HR:1997:AA3319
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over maatstaf van heffing omzetbelasting bij verhuurde woningen
Belanghebbende, een projectontwikkelaar, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de verhuur van 49 woningen die zij had gebouwd. De Inspecteur stelde dat de maatstaf van heffing gebaseerd moest zijn op de voortbrengingskosten van de woningen, terwijl belanghebbende uitging van de waarde in verhuurde staat. Het hof oordeelde dat de maatstaf van heffing moest worden vastgesteld aan de hand van de aankoopprijs van soortgelijke woningen in vrij opleverbare staat, niet in verhuurde staat, en handhaafde de naheffingsaanslag op die basis.
De Hoge Raad overweegt dat het hof niet voldoende heeft vastgesteld of soortgelijke woningen met een verhuurverplichting beschikbaar waren en of deze verplichting de waarde beïnvloedt. Ook is niet vastgesteld of kopers gebonden zijn aan verhuurverplichtingen die de waarde drukken. Hierdoor kan het hofarrest niet in stand blijven en wordt de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor nadere feitenvaststelling en beoordeling.
De Hoge Raad wijst tevens proceskosten toe aan belanghebbende en veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de helft van de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren in raadkamer en openbaar uitgesproken op 27 augustus 1997.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor nadere feitenvaststelling over maatstaf van heffing omzetbelasting.