ECLI:NL:PHR:1999:AA3829
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing fusiefaciliteit en belastingontwijking bij aandelenruil
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag die een aandelenruil kwalificeerde als een aandelenfusie in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, waardoor de fusiefaciliteit van toepassing was. De belanghebbende, een advocaat en directeur-grootaandeelhouder van A B.V., wilde zijn aandelen overdragen aan een nieuwe houdstervennootschap om aansprakelijkheidsrisico's te beperken en belastingheffing uit te stellen.
De Inspecteur had het verzoek tot toepassing van de fusiefaciliteit geweigerd omdat geen sprake zou zijn van een aandelenfusie conform de wet. Het Hof vernietigde deze beschikking en oordeelde dat de aandelenruil wel een fusie betrof met een solide zakelijk motief, namelijk bescherming tegen schadeclaims. De Staatssecretaris betwistte dit oordeel en stelde dat het hoofddoel van de aandelenruil fiscaal voordeel was, namelijk het uitstellen van belastingheffing over dividenduitkeringen.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de relevante bepalingen uit de Wet IB 1964 en de Fusierichtlijn van de Europese Gemeenschappen, met name de voorwaarden waaronder de fusiefaciliteit kan worden geweigerd bij belastingfraude of -ontwijking. De Raad erkent dat het begrip belastingontwijking niet eenduidig is gedefinieerd en dat het HvJ EG hierover moet oordelen. De Staatssecretaris kan volgens de Fusierichtlijn de fusiefaciliteit weigeren indien belastingontwijking een hoofddoel is, maar deze bevoegdheid is niet expliciet in de Nederlandse wet geïmplementeerd.
De Hoge Raad concludeert dat de beoordeling van de vraag of de aandelenruil als hoofddoel belastingontwijking heeft, mede afhangt van de aanwezigheid van zakelijke overwegingen. Hoewel het Hof het motief om aansprakelijkheidsrisico's te beperken als zakelijk beschouwde, acht de Staatssecretaris dit onvoldoende omdat het hoofddoel fiscaal voordeel is. De Hoge Raad acht het noodzakelijk prejudiciële vragen aan het HvJ EG voor te leggen over de uitleg van het begrip belastingontwijking en de toepassing van de Fusierichtlijn in deze context.
Uitkomst: De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het HvJ EG over de uitleg van belastingontwijking bij toepassing van de fusiefaciliteit.