ECLI:NL:HR:1998:AA2492
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over niet-ontvankelijkheid bezwaar inkomstenbelasting 1989
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van 70.000 gulden. Na bezwaar en handhaving door de Inspecteur stelde belanghebbende beroep in bij het Hof Amsterdam. Dit Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verklaarde belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn bezwaar.
In cassatie stelde belanghebbende meerdere klachten aan het oordeel van het Hof. De Hoge Raad overwoog dat de ingediende aangifte inkomstenbelasting 1989, die na de aanslagdatum was ingediend, als een tijdig bezwaarschrift moet worden aangemerkt. Hierdoor was het oordeel van het Hof dat het bezwaar voortijdig was ingediend onjuist.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof Amsterdam, behalve het deel over het griffierecht, en verwees de zaak naar het Hof Den Haag voor nadere behandeling. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën het door belanghebbende betaalde griffierecht van 315 gulden moet vergoeden.
De klachten van belanghebbende konden op dit moment niet worden behandeld. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Hof Den Haag voor verdere behandeling.