ECLI:NL:GHSHE:2020:2740
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken strafrechtelijk verwijt bij te vroege aangifteplicht
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens het niet doen van aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2015 binnen de gestelde termijn. Het hof onderzoekt de zaak ambtshalve ondanks het ontbreken van grieven tegen het vonnis, omdat het vonnis evident onjuist is.
Uit het feitenonderzoek blijkt dat de verdachte pas na de uiterste termijn voor het doen van aangifte is aangemaand, en dat de tenlastegelegde datum vóór het verstrijken van deze termijn ligt. Juridisch is het niet mogelijk om een strafrechtelijk verwijt te maken voor het niet tijdig doen van aangifte vóór het verstrijken van de aanmaningstermijn.
Het hof oordeelt dat de verdachte pas na 12 augustus 2016 strafrechtelijk verwijtbaar zou zijn geweest, terwijl de tenlastelegging betrekking heeft op 1 mei 2016. Daarom wordt het vonnis van de politierechter vernietigd en wordt de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat op de tenlastegelegde datum geen strafrechtelijk verwijt kon worden gemaakt.