ECLI:NL:HR:1998:AA2529
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt binnenlandse belastingplicht na zetelverplaatsing naar Curaçao
Belanghebbende, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, verplaatste haar statutaire zetel per 31 december 1991 naar Curaçao. Voor het jaar 1992 werd een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, inclusief een verhoging wegens het niet tijdig doen van aangifte. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd alleen de verhoging verminderd.
Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat zij niet gehouden was tot aangifte, omdat zij geen activiteiten meer in Nederland verrichtte en haar aandeelhouder en directie niet in Nederland gevestigd waren. Het Hof oordeelde echter dat belanghebbende op grond van artikel 2, lid 4, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 geacht wordt in Nederland gevestigd te zijn en daarom aangifte moest doen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad benadrukte dat de vennootschap ondanks de zetelverplaatsing binnenlands belastingplichtig blijft en dat het niet doen van de vereiste aangifte terecht werd beoordeeld als niet-naleving van de aangifteplicht. De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd dat belanghebbende gehouden is tot aangifte vennootschapsbelasting.