ECLI:NL:PHR:2012:BQ8596
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over gebruik tapgegevens en medeplegen bij onjuiste belastingaangifte
In deze zaak staat centraal of het gebruik van tapgegevens, verkregen in een ander strafrechtelijk onderzoek, rechtmatig was voor een fiscaal strafrechtelijk onderzoek. De verdediging stelde dat dit in strijd was met artikel 126dd Sv en verzocht om niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of bewijsuitsluiting. Het hof oordeelde dat de tapgegevens met toestemming van de officier van justitie waren overgedragen en dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond, waardoor het gebruik niet onrechtmatig was.
Daarnaast is de bewijsvoering omtrent medeplegen van het doen van onjuiste belastingaangiften besproken. Het hof stelde vast dat verdachte en mededaders bewust samenwerkten om onjuiste aangiften te doen, waarbij verdachte een significante bijdrage leverde door advisering en praktische uitvoering. Het hof overwoog dat medeplegen niet vereist dat alle deelnemers opzet hadden, maar dat het dubbele opzet gericht op het delict en de samenwerking aanwezig moest zijn.
Het hof behandelde ook het pleitbare standpunt van verdachte dat de onjuistheid van de aangiften niet strafbaar was omdat de BV geen opzet had. Dit werd verworpen omdat verdachte als belastingadviseur en betrokken bij het 'België-traject' wist dat de aangiften onjuist waren ingevuld om belasting te ontwijken. Verder oordeelde het hof dat de woonplaats van een betrokkene in Nederland lag, ondanks inschrijving in België, waardoor de aangiften onjuist waren.
De Hoge Raad bevestigde dat het recht op raadpleging van een advocaat voorafgaand aan het eerste politieverhoor voldoende is en dat het ontbreken van aanwezigheid van een raadsman tijdens het verhoor niet per definitie een schending van artikel 6 EVRM Pro inhoudt. De bewijswaardering en rechtmatigheid van het gebruik van tapgegevens werden eveneens bevestigd. De verweren van de verdediging werden grotendeels verworpen, en het hof oordeelde dat het gebruik van de tapgegevens en de bewezenverklaring van medeplegen en opzet rechtmatig waren.
Uitkomst: Het gebruik van tapgegevens was rechtmatig en de verdachte werd terecht veroordeeld voor medeplegen van onjuiste belastingaangiften.