Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Uitspraak van 21 juni 2023
[X] te [Z] ( [buitenland] ), belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
“2.2.Bedrijfsactiviteiten
Oordeel van de Rechtbank
I. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
I. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
- [A] alle beslissingen nam zonder deze af te stemmen met belanghebbende;
- [A] de offertes maakte en besliste over de tarieven die werden gehanteerd;
- [A] de administratie verzorgde en hij de contacten had met de boekhouders en adviseurs;
- een voormalig adviseur [A] heeft aangemerkt als medeondernemer en dat [A] op advies van deze adviseur zijn rol binnen de onderneming heeft geformaliseerd door de oprichting van een VOF;
- uit verklaringen van opdrachtgevers en een van de Poolse vakmensen blijkt dat [A] de baas was;
- [A] zijn (familie)relaties inschakelde voor de uitvoering van klussen. Hij regelde voor hen de inschrijving bij de KvK en stelde een inschrijvingsadres in Nederland ter beschikking. Hierdoor ging alle correspondentie naar [A] ;
- [A] aan belanghebbende en de andere Poolse vakmensen instructies gaf over de werklocaties en de werkzaamheden, hij toezicht hield op het werk en waar nodig bijstuurde, hij de hoogte van de betalingen die zij ontvingen bepaalde en zorg droeg voor de feitelijke uitbetaling aan belanghebbende en de Poolse vakmensen;
- [A] bepaalde waar belanghebbende en de Poolse vakmensen moesten wonen en het gereedschap en de transportmiddelen verstrekte;
- de wijze waarop [A] zich heeft gedragen tijdens de gesprekken met de Belastingdienst erop duidt dat [A] de regie voerde en informatie filterde tussen belanghebbende en de Belastingdienst. [A] heeft zich ook opgedrongen door aanwezig te zijn bij de bespreking van 24 mei 2017 en daar het woord te voeren namens belanghebbende terwijl [A] eigenlijk niet aanwezig mocht zijn bij dat gesprek.
“1.1. Taxable persons
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, met uitzondering van de beslissingen over de boetebeschikkingen, de proceskosten en de griffierechten;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslag 2013 en de aanslag 2016;
- vernietigt de beschikkingen belastingrente 2013 en 2016;
- vermindert de aanslag 2014 tot een berekend naar een belastbare winst van nihil en een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 13.845;
- vermindert de beschikking belastingrente 2014 dienovereenkomstig;
- vernietigt de verzuimboete;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van € 837;
- gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende de griffierechten van totaal € 272 vergoedt.