ECLI:NL:HR:1999:AA1482
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Fleers
- raadsheer De Savornin Lohman
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Beëindiging onderhoudsverplichting na echtscheiding en motivering van uitzonderingen op alimentatielimiet
Partijen zijn in 1957 gehuwd en in 1982 gescheiden waarbij de man verplicht werd alimentatie te betalen aan de vrouw. In 1997 verzocht de man de onderhoudsverplichting te beëindigen op grond van de Wet limitering na scheiding, wat door de Rechtbank werd afgewezen maar door het Hof werd toegewezen met ingang van 1 juli 1999.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het Hofarrest. De Hoge Raad stelt dat bij beslissingen die de uitzondering op de alimentatielimiet direct verwerpen of slechts voor een beperkte termijn honoreren, hoge motiveringseisen gelden tenzij de inkomensachteruitgang voor de alimentatiegerechtigde onbeduidend is.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek van de man werd toegewezen, met name omdat het Hof niet heeft aangetoond hoe de omstandigheden van de man zijn meegewogen en waarom de uitkering van ƒ 65.000 in 1989 voldoende was voor een aanvullende oudedagsvoorziening.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling en beslissing naar het Gerechtshof te Arnhem.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling.