ECLI:NL:HR:2000:AA7206
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- C.H.M. Jansen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van limitering alimentatieverplichting na scheiding tot 10 augustus 2004
Partijen zijn gescheiden na een echtscheidingsvonnis in 1983 waarbij de man werd veroordeeld tot alimentatiebetaling aan de vrouw. Na diverse aanpassingen vroeg de man op grond van de Wet limitering alimentatie na scheiding beëindiging van zijn onderhoudsverplichting per 1 augustus 1998. De vrouw verzocht voortzetting tot haar 65e verjaardag in 2012.
De rechtbank Breda bepaalde dat de alimentatie zou lopen tot 10 augustus 2004, met een verbod op verlenging daarna. Het hof 's-Hertogenbosch bevestigde deze beslissing en wees het beroep van de man af. Het hof oordeelde dat het ontbreken van draagkracht geen grond is voor limitering, maar slechts voor wijziging van de alimentatie, hetgeen hier niet aan de orde was.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de man. De Hoge Raad stelt dat beslissingen over limitering van alimentatie niet aan de hoge motiveringseisen hoeven te voldoen die gelden bij beëindiging van alimentatie. Bovendien zijn de oordelen van het hof voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. De belangen van de vrouw en de man zijn zorgvuldig afgewogen, waarbij de redelijkheid en billijkheid centraal staan.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de alimentatielimiet tot 10 augustus 2004.