ECLI:NL:HR:1999:AA5004
Hoge Raad
- Cassatie
- president Martens
- raadsheer Korthals Altes
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer De Savornin Lohman
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging alimentatieplicht na langdurig huwelijk en toepassing Wet limitering na scheiding
De zaak betreft een verzoek van de man om de alimentatieplicht jegens zijn ex-echtgenote te beëindigen op grond van de Wet limitering na scheiding. Het huwelijk duurde bijna 23 jaar en de vrouw ontving sinds de scheiding alimentatie, die later werd verlaagd. Na het bereiken van de AOW-leeftijd ontving zij tevens een AOW-uitkering en pensioen.
De rechtbank wees het verzoek af en stelde de alimentatie vast op ¦ 650 per maand met een termijn tot 2002. Het hof vernietigde dit en beëindigde de alimentatie per 1998, stellende dat de inkomenspositie van de vrouw niet verslechterde ten opzichte van de situatie vóór haar AOW-uitkering.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de inkomenssituatie van vóór de AOW-uitkering doorslaggevend achtte en onvoldoende rekening hield met alle relevante omstandigheden zoals leeftijd, gezondheid en behoeften van de vrouw. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof te ’s-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met volledige motivering.