ECLI:NL:HR:1999:AA1488
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- raadsheer Neleman
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Fleers
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid ontslag tijdens zwangerschap in Aruba
In deze zaak vorderde een werkneemster, werkzaam bij Aruba Hotel, betaling van loon na haar ontslag tijdens zwangerschap. De arbeidsovereenkomst werd opgezegd na toestemming van de Directie Arbeid, terwijl de werkneemster naar eigen zeggen arbeidsongeschikt was verklaard vanwege zwangerschap.
De werkneemster stelde dat het ontslag onrechtmatig was omdat het plaatsvond tijdens haar zwangerschap en arbeidsongeschiktheid, en dat het Nederlandse recht haar bescherming bood tegen ontslag gedurende deze periode. Het Hof oordeelde dat het Nederlandse verbod op ontslag tijdens zwangerschap niet automatisch deel uitmaakt van het Arubaans recht, ondanks het concordantiebeginsel in het Statuut voor het Koninkrijk.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep in cassatie. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de werkneemster niet tijdig had medegedeeld dat zij arbeidsongeschikt was verklaard, en dat het Hof terecht het bewijsaanbod van de werkneemster niet ter zake dienend had geoordeeld. De vordering tot loonbetaling werd daarom afgewezen en de werkneemster werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag tijdens zwangerschap in Aruba wordt als rechtmatig bevestigd.