ECLI:NL:HR:1999:AA2744
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag omzetbelasting wegens ontbreken wetsontduiking
Belanghebbende, een woningbouwvereniging, had een commanditaire vennootschap opgericht met een stichting om het vruchtgebruik van nieuwbouwcomplexen te exploiteren. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij meende dat de rechtshandelingen geen wezenlijke wijziging in zeggenschap brachten en dat de vestiging van het vruchtgebruik genegeerd moest worden.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende en de commanditaire vennootschap economisch gezien als één ondernemer moesten worden beschouwd en paste het leerstuk van wetsontduiking toe, waardoor de omzetbelastingtechnische werking van de rechtshandelingen werd genegeerd. De Hoge Raad stelde echter vast dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de commanditaire vennootschap niet als zelfstandige rechtspersoon moest worden aangemerkt en dat het leerstuk van wetsontduiking niet van toepassing was.
De Hoge Raad vernietigde daarom het oordeel van het Hof en de naheffingsaanslag en beval vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. Hiermee werd bevestigd dat het enkel ontgaan van belasting geen reden is om rechtshandelingen te negeren als er geen strijd is met doel en strekking van de wet.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en het arrest van het Hof wegens onvoldoende motivering van wetsontduiking.