ECLI:NL:HR:1999:AA3801
Hoge Raad
- Cassatie
- Martens
- Neleman
- Herrmann
- Van der Putt-Lauwers
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Geen extraterritoriale aansprakelijkheid buitenlandse vennootschap voor loonheffing in Nederland
In deze zaak stond de vraag centraal of een Belgische vennootschap aansprakelijk kon worden gesteld voor loonheffing die een Nederlandse onderneming verschuldigd was wegens werkzaamheden in België. De vennootschap, [eiseres], maakte gebruik van personeel van een Nederlandse onderneming, Artist, die failliet was verklaard en haar loonbelasting niet had voldaan.
De Ontvanger stelde [eiseres] aansprakelijk op grond van de artikelen 34 en 35 van de Invorderingswet 1990. De Rechtbank wees deze vordering af, stellende dat de Nederlandse wetgever geen rechtsmacht heeft om een buitenlandse vennootschap publiekrechtelijke aansprakelijkheid op te leggen voor in het buitenland verrichte activiteiten. Het Gerechtshof vernietigde dit vonnis en wees de vordering alsnog toe.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bekrachtigde het vonnis van de Rechtbank. De Hoge Raad overwoog dat de artikelen 34 en 35 van de Invorderingswet 1990 niet extraterritoriale werking hebben en niet van toepassing zijn op buitenlandse vennootschappen die in het buitenland werkzaamheden verrichten met personeel waarvoor in Nederland loonbelasting verschuldigd is. De zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling van de reconventionele vordering.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de artikelen 34 en 35 Invorderingswet 1990 niet van toepassing zijn op buitenlandse vennootschappen voor in het buitenland verrichte werkzaamheden en bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank.