ECLI:NL:HR:1999:AA3857
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Korthals Altes
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navordering heffingsrente zonder nieuw feit vereist
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over 1991, waarbij aanvankelijk geen heffingsrente was berekend. Later stelde de inspecteur alsnog heffingsrente in rekening via een tweede navorderingsaanslagbiljet, wat door belanghebbende werd betwist. Het Gerechtshof Arnhem bevestigde de aanslag inclusief heffingsrente.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat het navorderingsaanslagbiljet als een beschikking moet worden gezien waarbij heffingsrente werd geheven. De vraag of er een nieuw feit was, was niet relevant. De inspecteur mocht binnen de termijn alsnog heffingsrente in rekening brengen, tenzij hij redelijkerwijs de indruk had gewekt af te zien van heffingsrente.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Hiermee werd bevestigd dat navordering van heffingsrente mogelijk is zonder nieuw feit, mits binnen de wettelijke kaders en zonder misleiding van de belastingplichtige.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat navordering van heffingsrente zonder nieuw feit mogelijk is.