ECLI:NL:HR:1999:AA4066
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Korthals Altes
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert heffingsrente bij naheffing omzetbelasting na onterechte teruggaaf
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor een te weinig betaalde omzetbelasting over 1992, inclusief heffingsrente. De heffingsrente werd verminderd na bezwaar, maar belanghebbende ging in beroep tegen de berekening van de rente. Het Hof vernietigde de heffingsrente op grond dat bij naheffing van ambtshalve teruggegeven omzetbelasting geen rente verschuldigd zou zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door de wettelijke vraag te onderzoeken, maar dat dit geoorloofd was omdat het beroep zich richtte op de juistheid van de rente. De Hoge Raad stelt dat de wettelijke bepaling omtrent heffingsrente (artikel 30a, lid 2, AWR) aldus moet worden uitgelegd dat bij naheffing na onterechte teruggaaf de 'aangegeven belasting' het uiteindelijk per saldo aangegeven bedrag betreft.
Hierdoor is de heffingsrente in dit geval wel verschuldigd, maar moet deze worden verminderd met een bedrag van f 94,--. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur over de heffingsrente en bepaalt een vermindering van de rente tot f 451,--. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De heffingsrente wordt verminderd tot f 451,-- en het arrest van het Hof wordt vernietigd.