ECLI:NL:PHR:2002:AD7671
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen naheffing omzetbelasting na ambtshalve teruggaaf bij niet-doorbetaling aan niet-aftrekgerechtigde afnemer
De zaak betreft een exploitant van een reclamebureau die aan een niet-aftrekgerechtigde stichting facturen met het normale btw-tarief uitreikte, terwijl het verlaagde tarief van toepassing was. De belanghebbende vroeg teruggaaf van het teveel betaalde btw, die ambtshalve werd verleend onder de voorwaarde dat het bedrag aan de stichting zou worden doorbetaald. De belanghebbende betaalde dit bedrag echter niet door, waarna de fiscus een naheffingsaanslag oplegde.
Het hof vernietigde de naheffingsaanslag, stellende dat de teruggaaf de materiële belastingschuld teniet had gedaan en dat niet-doorbetaling geen belastbaar feit was dat naheffing rechtvaardigde. De Hoge Raad bevestigt dat art. 20 AWR Pro geen naheffing toelaat in deze situatie, mede omdat de teruggaaf niet op een wettelijk verzoek was gebaseerd maar ambtshalve plaatsvond.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het Europees recht, met name het HvJ EG-arrest Schmeink en Strobel, vereist dat ten onrechte gefactureerde btw kan worden herzien zonder discretionaire beoordeling van de fiscus, vooral wanneer geen gevaar voor verlies van belastinginkomsten bestaat. De voorwaarde van doorbetaling aan de stichting mocht derhalve niet worden gesteld. De belanghebbende heeft geen recht op bescherming van gewekt vertrouwen en de fiscus kan de teruggaaf niet civielrechtelijk terugvorderen. De zaak illustreert een lacune in de omzetbelastingwetgeving omtrent de positie van niet-aftrekgerechtigde afnemers.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd omdat naheffing niet mogelijk is na ambtshalve teruggaaf en niet-doorbetaling aan de afnemer geen belastbaar feit vormt.