ECLI:NL:HR:2000:AA4644
Hoge Raad
- Cassatie
- De Moor
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting en heffingsrente ondanks bezwaar belastingplichtige
X B.V. kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor de omzetbelasting over de periode 1991 tot en met 1995, inclusief een verhoging en heffingsrente. Na bezwaar werd de aanslag verminderd en de verhoging deels kwijtgescholden, maar de heffingsrente bleef gehandhaafd. Het Gerechtshof Amsterdam verklaarde het beroep van X B.V. ongegrond.
X B.V. stelde in cassatie onder meer dat zonder uitreiking van een aangiftebiljet geen sprake kan zijn van te late betaling in de zin van artikel 22 AWR Pro. De Hoge Raad verwierp dit standpunt op grond van eerdere jurisprudentie, waarin is vastgesteld dat de verplichting tot aangifte en betaling afzonderlijke verplichtingen zijn.
Verder faalden klachten over de vermeende kennis van de Inspecteur van de verschuldigdheid van omzetbelasting en het feit dat de Inspecteur de aanslag eerder had kunnen opleggen. De Hoge Raad bevestigde dat deze omstandigheden niet afdoen aan de rechtmatigheid van de heffingsrente.
De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 2 februari 2000 in het openbaar gedaan door raadsheren De Moor, Van Vliet en Van Amersfoort.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de naheffingsaanslag met heffingsrente wordt bevestigd.