ECLI:NL:GHSHE:2011:BU8647
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.A.M. Pijnenburg
- P. Fortuin
- N. van Beelen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag en boetebeschikking motorrijtuigenbelasting wegens gebruik voertuig met geschorst kenteken
Belanghebbende werd een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over een periode van twaalf maanden voorafgaand aan de constatering dat hij met een voertuig met geschorst kenteken had gereden. Tevens werd een boete opgelegd. Belanghebbende betwistte het gebruik van het voertuig op de betreffende datum en stelde dat hij niet de houder was.
Het Hof stelde vast dat de verklaring van een hoofdagent die belanghebbende op de weg zag rijden betrouwbaarder was dan de getuigenverklaringen van familie en vrienden die elkaar deels tegenspraken. Hierdoor werd belanghebbende terecht als houder aangemerkt. Echter, het Hof oordeelde dat artikel 34 Wet Pro MRB geen tegenbewijsregeling kent, wat disproportioneel is en in strijd met het recht op eigendom volgens het EVRM.
Verder concludeerde het Hof dat de Inspecteur niet had voldaan aan de bewijslast om aan te tonen dat gedurende de gehele periode van twaalf maanden gebruik was gemaakt van het voertuig. Ook was belanghebbende niet uitgenodigd tot het doen van aangifte, waardoor de boete onterecht was opgelegd. Het Hof vernietigde daarom de naheffingsaanslag en de boetebeschikking en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boetebeschikking motorrijtuigenbelasting worden vernietigd wegens disproportionele toepassing van artikel 34 Wet MRB en onvoldoende bewijs van gebruik door belanghebbende.