ECLI:NL:HR:2000:AA5867
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- W.H. Heemskerk
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aandelenwaarde en boedelverdeling bij echtscheiding
De zaak betreft een echtscheiding tussen een man en een vrouw waarbij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, met name de toedeling en waardering van aandelen in Ribru B.V., centraal stond.
De rechtbank had de aandelen aan de vrouw toegekend tegen een waarde van ƒ 460.000,-- gebaseerd op een bod van hun zonen. Het hof vernietigde dit voor een deel en kende de aandelen toe aan de man voor dezelfde waarde, waarbij het hof het bod van de zonen als uitgangspunt nam ondanks een betwisting door de man dat de financiering van dat bod in strijd zou zijn met artikel 2:207c BW.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte niet had verlangd dat de vrouw aannemelijk maakte dat de zonen het bod konden financieren binnen de wettelijke kaders. De zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van de financieringsmogelijkheden en waardering van de aandelen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van de aandelenwaardering en financieringsmogelijkheden.