ECLI:NL:HR:2000:AA6233
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- C.H.M. Jansen
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid psychiatrisch centrum voor schade door patiënt na ontslag
De zaak betreft een vordering van een persoon tegen Stichting Sint Willibrord Psychiatrisch Centrum wegens schade veroorzaakt door een patiënt die na ontslag uit het centrum brand stichtte in het huis van de eiser.
De patiënt was op vrijwillige basis opgenomen en zou worden ontslagen. Na een nacht buiten de inrichting, waarin hij dronken was, keerde hij terug en vertrok per taxi, maar ging niet naar het hotel waar hij zich had ingeschreven. Vervolgens belde hij aan bij het huis van de eiser en stichtte brand.
De eiser vorderde schadevergoeding, die in eerste aanleg werd afgewezen. In hoger beroep werd de vordering verminderd en uiteindelijk toegewezen door het hof, dat oordeelde dat de verpleegkundigen niet de vereiste zorgvuldigheid hadden betracht en dat er causaal verband bestond tussen hun handelen en de schade.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Sint Willibrord en bevestigde dat het risico dat door het handelen van de verpleegkundigen was gecreëerd, zich had verwezenlijkt en dat de aansprakelijkheid daarmee in beginsel gegeven was. De Hoge Raad oordeelde ook dat de vermeende uitzonderlijke toevalligheden niet zodanig onwaarschijnlijk waren dat de schade niet aan Sint Willibrord kon worden toegerekend.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van Sint Willibrord en wijst het cassatieberoep af.