ECLI:NL:HR:2000:AA6513
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardering goodwill bij successierecht en rechtsgelijkheid
Belanghebbende kreeg een aanslag successierecht opgelegd over haar verkrijging uit de nalatenschap van haar overleden echtgenoot, waarbij de waarde van aandelen in een BV met daarin een levensmiddelenbedrijf werd vastgesteld inclusief de daarin aanwezige goodwill.
De Inspecteur baseerde de waardering op de verkoopprijs van de aandelen kort na het overlijden, inclusief goodwill. Het Hof bevestigde dit en verwierp het verweer van belanghebbende dat goodwill buiten beschouwing moest blijven bij de waardering.
Belanghebbende stelde dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat bij verkrijging van een eenmanszaak goodwill niet wordt belast, terwijl dat bij aandelen in een BV wel gebeurt. De Hoge Raad erkent dat dit leidt tot ongelijke behandeling zonder objectieve en redelijke rechtvaardiging, waarbij het discriminatieverbod uit het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten wordt betrokken.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het aan de wetgever is om dit rechtstekort op te heffen en dat de rechter terughoudend moet zijn in het corrigeren van de wettelijke regeling. Het beroep in cassatie wordt daarom verworpen, maar de Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; goodwill blijft bij waardering van aandelen in het successierecht betrokken.