ECLI:NL:HR:2000:AA8717
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Gezamenlijke curatele van meerderjarige zoon met geestelijke stoornis door beide ouders
De ouders hebben bij de Rechtbank verzocht hun meerderjarige zoon, die lijdt aan de ziekte van Crouzon en daardoor geestelijk beperkt is, onder curatele te stellen en beiden gezamenlijk tot curator te benoemen. De Rechtbank stelde de zoon onder curatele en benoemde alleen de vader tot curator. De ouders stelden hiertegen hoger beroep in met het verzoek om beide ouders gezamenlijk tot curator te benoemen. Het Hof bekrachtigde de beschikking van de Rechtbank. De ouders stelden beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat de wet op grond van art. 1:383 BW Pro uitgaat van de benoeming van één curator en geen regeling kent voor meerdere curatoren. Dit leidt tot een inmenging in het gezinsleven zoals beschermd door art. 8 EVRM Pro. Het Hof had deze inmenging als gerechtvaardigd beoordeeld, maar de Hoge Raad oordeelde dat in deze bijzondere situatie, waarin de ouders gezamenlijk de zorg voor hun zoon voortzetten ondanks zijn meerderjarigheid, geen rechtvaardiging voor deze inmenging bestaat.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van het Hof en de Rechtbank voor zover alleen de vader tot curator was benoemd en stelde beide ouders gezamenlijk aan als curatoren. Tevens bepaalde de Hoge Raad dat deze beschikking bekendgemaakt moet worden in diverse dagbladen.
Uitkomst: De Hoge Raad benoemt beide ouders gezamenlijk tot curator van hun meerderjarige zoon met een geestelijke stoornis.