ECLI:NL:HR:2000:AA9137
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking inzake terugvordering leenbijstand en verwijst naar gerechtshof
De Gemeente verzocht de kantonrechter te bepalen dat zij een bedrag van ƒ 2.834,60 ter zake van kosten van bijstand in de vorm van een renteloze geldlening kon invorderen van verzoeker. Verzoeker bestreed dit verzoek. De kantonrechter wees het verzoek toe, waarna de rechtbank dit bekrachtigde. Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad stelt vast dat het inleidend verzoekschrift tot terugbetaling van leenbijstand is ingediend na 30 juni 1997. Volgens de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid (Wet van 25 april 1996) is de kantonrechter bevoegd indien het besluit tot terugvordering vóór 1 juli 1997 bekend is gemaakt. Is het besluit bekend gemaakt op of na 1 juli 1997, dan is de bestuursrechtelijke procedure van toepassing.
De Hoge Raad constateert dat noch de kantonrechter noch de rechtbank heeft vastgesteld wanneer het besluit tot terugvordering bekend is gemaakt. Dit is beslissend voor de vraag of de kantonrechter bevoegd was. De Hoge Raad acht dit een fundamentele beoordelingsfout en vernietigt de beschikking van de rechtbank. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.