ECLI:NL:HR:2001:AB0700
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Uitleg en reikwijdte van het pari passu beding in obligatielening DAF en rechten obligatiehouders
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Ofasec en de Nederlandsch Trustmaatschappij (NTM) over de uitleg van het pari passu beding in een obligatielening van DAF N.V. en de vraag of obligatiehouders gerechtigd zijn tot zekerheden verstrekt door dochtermaatschappijen van DAF aan Ofasec.
De obligatielening van ƒ 150 miljoen werd in 1988 uitgegeven met een trustakte waarin een pari passu clausule was opgenomen. NTM trad op als trustee namens de obligatiehouders. De dochtermaatschappijen van DAF hadden geen directe lening ontvangen, en er waren geen zekerheden aan NTM verstrekt. Na faillissement van DAF en haar dochtermaatschappijen ontstond discussie over de rechten van obligatiehouders op de opbrengst van zekerheden die door dochtermaatschappijen aan Ofasec waren verstrekt.
De rechtbank wees de vorderingen van NTM af, maar het Hof Amsterdam oordeelde dat het pari passu beding ruim moest worden uitgelegd en dat de dochtermaatschappijen zich jegens obligatiehouders hadden verbonden tot het verstrekken van zekerheden. De Hoge Raad vernietigt dit arrest wegens onjuiste maatstaf bij uitleg van het beding, onvoldoende motivering en het betreden van feitelijke gronden buiten de rechtsstrijd. Het geding wordt verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
De Hoge Raad benadrukt dat bij de uitleg van een toonderobligatielening de bewoordingen van de trustakte doorslaggevend zijn en dat rechten van latere obligatiehouders volledig uit het papier moeten blijken. Ook wordt geoordeeld dat de dochtermaatschappijen niet zonder duidelijke en voldoende gemotiveerde feiten aan de obligatiehouders gebonden zijn tot het verstrekken van zekerheden. De zaak bevat uitgebreide overwegingen over de verhouding tussen de DAF Securities Agreement, de Administration Conditions van Ofasec en de borgtochtovereenkomsten.
De Hoge Raad veroordeelt NTM in de kosten van het cassatiegeding en wijst het geschil door naar een andere rechtbank voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.