ECLI:NL:HR:2001:AB0985
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over vaste vertegenwoordiger loonbelasting naheffing
Belanghebbende, een Engelse vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over 1989. Deze aanslag werd gehandhaafd door de inspecteur, maar het hof vernietigde deze en verminderde het bedrag. Het geschil betrof de vraag of AA B.V., een Nederlandse tussenpersoon, als vaste vertegenwoordiger van belanghebbende kon worden aangemerkt volgens artikel 6, lid 2, letter a, van de Wet op de loonbelasting 1964.
Het hof oordeelde dat AA B.V. feitelijk belanghebbende aan opdrachtgevers bond en als vaste vertegenwoordiger fungeerde. De Hoge Raad stelde echter dat het hof onvoldoende inzicht gaf in zijn motivering en dat het oordeel mogelijk berustte op een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, behoudens enkele beslissingen, en verwees de zaak naar het gerechtshof te ’s-Gravenhage voor nader onderzoek.
De Hoge Raad veroordeelde tevens de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het cassatiegeding en bepaalde dat het griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed. Hiermee is de zaak nog niet definitief beslecht en volgt verdere behandeling in de lagere instantie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de kwalificatie van AA B.V. als vaste vertegenwoordiger.