ECLI:NL:PHR:2005:AE6419
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van kosten en deelnemingsvrijstelling bij buitenlandse deelnemingen en GmbH-belang
De zaak betreft de aftrekbaarheid van diverse kosten gemaakt door een houdstermaatschappij, waaronder kosten voor beursnotering, investor relations, financiering van buitenlandse deelnemingen en afwaardering van een belang in een Duitse GmbH. De belanghebbende, een houdstermaatschappij behorende tot een Italiaans concern, voerde aan dat de aftrekbeperking van artikel 13, lid 1, Wet Vpb. in strijd is met de EG-vestigingsvrijheid en dat bepaalde kosten aftrekbaar moeten zijn.
Het Hof verwierp het Europeesrechtelijke verweer en oordeelde dat de aftrekbeperking niet in strijd is met het EG-recht. Het stelde dat kosten die eigen zijn aan de rechtsvorm van de houdstermaatschappij aftrekbaar zijn, maar kosten die verband houden met deelnemingen onder de aftrekbeperking vallen. Kosten van beursnotering en investor relations werden niet aftrekbaar geacht omdat zij onvoldoende verband houden met de deelnemingen. De afwaardering van het belang in de GmbH werd niet aftrekbaar geacht omdat dit een deelneming betreft.
In cassatie betoogt de belanghebbende dat de aftrekbeperking onverenigbaar is met de EG-vestigingsvrijheid, dat een GmbH geen deelneming kan zijn omdat het kapitaal niet in aandelen is verdeeld, en dat het oordeel over de aftrekbaarheid van beursnoteringskosten onjuist is. De Procureur-Generaal adviseert de zaak aan te houden tot na het arrest van het HvJ EG in de zaak Bosal Holding BV, omdat dit arrest mogelijk de aftrekbeperking voor financieringskosten zal beïnvloeden. Tevens adviseert hij de aftrekbaarheid van beursnoteringskosten en investor relations toe te staan, omdat het Hof niet de juiste maatstaf heeft toegepast.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden tot na het arrest van het HvJ EG in zaak Bosal Holding BV, met advies tot toekenning van aftrek voor beursnoteringskosten en investor relations.