ECLI:NL:HR:2001:AB2438
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid oproeping en termijnverlenging na cassatie en verwijzing in civiele procedure
Deze zaak betreft een civiele procedure tussen de Gemeente Ubbergen en een verweerster, waarbij de Hoge Raad de geldigheid van een exploit tot het horen vorderen van verval van de instantie en de toepasselijkheid van termijnverlenging na cassatie en verwijzing beoordeelt.
De verweerster had de Gemeente opgeroepen via een exploit betekend aan het kantoor van een procureur die inmiddels van het tableau was geschrapt. De Gemeente stelde dat deze betekening niet rechtsgeldig was omdat het exploit niet aan de juiste procureur was betekend. De Hoge Raad oordeelde echter dat het exploit toch geldig was omdat het de Gemeente heeft bereikt en het gebrek niet zo ernstig was dat nietigheid moest worden uitgesproken.
Daarnaast werd geoordeeld dat de termijn van drie jaren voor verval van de instantie niet wordt verlengd met zes maanden na cassatie en verwijzing indien er geen sprake is van een schorsing van het geding. De term "hervatting" in art. 279 lid 2 Rv Pro. ziet alleen op situaties met schorsing, niet op voortzetting na cassatie zonder schorsing.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Gemeente en veroordeelde haar in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Gemeente wordt verworpen en het exploit wordt als geldig beschouwd zonder termijnverlenging na cassatie zonder schorsing.