ECLI:NL:HR:2001:AB3123
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- F.W.G.M. van Brunschot
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffingsbevoegdheid Nederland over afkoopsom stamrecht bij beëindigde arbeidsovereenkomst
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1987 een navorderingsaanslag opgelegd naar aanleiding van een afkoopsom van een stamrecht die verband hield met een aanvullende arbeidsovereenkomst die niet feitelijk was uitgeoefend. Deze aanvullende arbeidsovereenkomst was gesloten om na de actieve voetballoopbaan een passende functie te vervullen, maar de vereniging kon deze functie niet bieden. De navorderingsaanslag werd door het Hof gehandhaafd, waarbij het Hof oordeelde dat Nederland heffingsbevoegd was omdat de dienstbetrekking naar alle waarschijnlijkheid in Nederland zou zijn uitgeoefend.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte de aanvullende arbeidsovereenkomst als een voortzetting van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst had gezien en dat de heffingsbevoegdheid niet aan Nederland toekwam omdat de dienstbetrekking nooit feitelijk in Nederland was uitgeoefend. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat voor de toepassing van het belastingverdrag Nederland-Frankrijk moet worden gekeken naar de plaats waar de dienstbetrekking feitelijk werd uitgeoefend of volgens de overeenkomst zou worden uitgeoefend.
De Hoge Raad oordeelde dat de afkoopsom als inkomen uit niet-zelfstandige arbeid valt onder artikel 15 van Pro het belastingverdrag en dat artikel 22 (restartikel) niet van toepassing is. De enkele omstandigheid dat de aanvullende arbeidsovereenkomst niet feitelijk werd uitgeoefend, sluit niet uit dat Nederland heffingsbevoegd is. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat Nederland belasting mag heffen over de afkoopsom van het stamrecht.